26 mei 2026

Effectieve sturing in de geboortezorg vraagt meer dan inzicht in capaciteit. Het vereist samenwerking en het vermogen om te handelen in een dynamisch en niet altijd planbaar zorglandschap. In Zuidwest-Nederland werken zorgprofessionals daarom intensief samen binnen het Wensen en Grenzen Geboortezorgprogramma, waarin monitoring en rapportage een centrale rol spelen.
In dit interview delen Leonoor van Eerden, gynaecoloog en voorzitter van de werkgroep Monitoring & Rapportage, en Eveline van der Leeuw eerstelijns verloskundige en mede-voorzitter, hun ervaringen en inzichten. Zij laten zien hoe data, regionale samenwerking en praktische werkafspraken bijdragen aan een betere organisatie van de geboortezorg.
Hun verhaal maakt zichtbaar hoe de sector zich ontwikkelt richting meer gezamenlijke afstemming, met als doel toegankelijke en toekomstbestendige geboortezorg.
“In principe wordt het werk gedaan door alle disciplines samen. Dat is nou precies de kracht.” — Leonoor van Eerden
De druk op de geboortezorg in Zuidwest-Nederland blijft hoog. Tegelijkertijd groeit het bewustzijn rondom dit vraagstuk en wordt actief gezocht naar manieren om binnen bestaande randvoorwaarden voldoende capaciteit te organiseren.
“De druk is onverminderd hoog. Het positieve is dat we het op het vizier hebben en dat we ons uiterste best doen om te kijken hoe we daarmee om kunnen gaan en zorgen dat we daar toch nog voldoende capaciteit kunnen creëren.”
Eveline van der Leeuw
De basis voor het Wensen en Grenzen Geboortezorgprogramma ligt in de coronapandemie. In deze periode werd een multidisciplinaire werkgroep opgezet, met als doel voorbereid te zijn op mogelijke crisisscenario’s binnen de geboortezorg.
Binnen deze groep werkten verschillende disciplines samen aan scenario’s waarin de druk op ziekenhuizen verder kon toenemen. Daarnaast werd gekeken naar het verdelen van beschikbare hulpmiddelen en het versterken van de samenwerking tussen eerste lijn, tweede lijn en kraamzorg.
Hoewel de acute fase van de pandemie afnam, bleef de behoefte bestaan om op regionaal niveau samen te werken en het gesprek over capaciteit te voeren. Vanuit dat vertrekpunt ontwikkelde de werkgroep zich door tot een expertisegroep met een structureler programma en gezamenlijke ambities.
Geboortezorg kent een hoge mate van onvoorspelbaarheid. Zorgvragen laten zich niet plannen terwijl zorg op ieder moment beschikbaar moet zijn. Dat maakt capaciteitssturing complex.
“Bevallingen zijn voor het grootste gedeelte niet planbaar. Je weet nooit precies wie wanneer komt. Seizoensinvloeden spelen een rol, zonder dat dit voorspelbaarheid geeft op individueel niveau.”
Leonoor van Eerden
Binnen de eerste lijn is het niet altijd zeker dat gewenste capaciteit in het ziekenhuis beschikbaar is. Voor een veilige thuisbevalling is de samenwerking in de keten essentieel, met name tussen verloskundigenpraktijken, kraamzorg en ziekenhuizen.
Wanneer dit niet goed op elkaar aansluit, heeft dat directe gevolgen voor de organisatie van zorg. Dit vraagt om voortdurende afstemming binnen de hele keten. In de praktijk betekent dit dat verloskundigen soms meerdere bevallingen tegelijk begeleiden en daarbij moeten schakelen tussen verschillende locaties.
Binnen de regio is een duidelijke beweging zichtbaar richting meer gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de capaciteit, de regie ligt bij de Verloskundige Samenwerkingsverbanden (VSV’s) met ondersteuning vanuit het Wensen en Grenzen Geboortezorgprogramma. Zorgprofessionals zoeken elkaar sneller op en stemmen vaker samen af wanneer de druk toeneemt.
“Wat ik als eerste lijn prettig vind, is dat we meer gesprekken hebben en meer transparantie. We zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de geboortezorg binnen een bepaald gebied.”
Eveline van der Leeuw
Daarnaast wordt gewerkt aan betere afstemming tussen ziekenhuizen in werkwijzen en protocollen. Dit helpt professionals die in meerdere instellingen werken en draagt bij aan duidelijkheid in de praktijk. Ook voor patiënten biedt dit voordelen: voorlichting en zorg sluiten beter op elkaar aan, wat zorgt voor meer voorspelbaarheid, herkenbaarheid en vertrouwen in de zorgverlening.
Tegelijkertijd blijft er aandacht voor verschillen tussen organisaties. Deze dynamiek wordt gezien als een vast onderdeel van samenwerking in de keten.
Een belangrijk uitgangspunt is dat de keten zo sterk is als de zwakste schakel. Als één van die schakels problemen ervaart met de beschikbare capaciteit, heeft dat invloed op de rest van de keten. Bijvoorbeeld een tekort in de capaciteit van kraamzorg heeft direct invloed op de gehele zorgketen.
“Je bent een keten, dus je bent ook zo sterk als je zwakste schakel. Als je aan het begin van de keten of aan het einde van de keten een probleem hebt, dan heeft dat altijd invloed op de andere schakels”
Leonoor van Eerden
Binnen de kraamzorg zijn er voorbeelden van regionale samenwerking, zoals de ontwikkeling van een partuspool. Deze initiatieven komen voort uit de praktijk en worden gezamenlijk opgepakt.
Binnen de regio wordt gewerkt met een dashboard dat inzicht geeft in beschikbare capaciteit in de tweede lijn. Dit ondersteunt de afstemming tussen eerste en tweede lijn, maar blijft afhankelijk van actuele en juiste invoer.
“Wat nu mooi is met het dashboard, is dat je realtime kunt zien waar plek is.”
Leonoor van Eeden
Het systeem is echter nog niet volledig sluitend. Situaties zoals tijdelijke kamerblokkades moeten soms handmatig worden aangepast, waardoor voortdurende controle in de praktijk nodig blijft.
De samenwerking tussen ziekenhuizen, verloskundigen en kraamzorgorganisaties vindt plaats binnen de VSV-structuren. Hier worden praktische werkafspraken gemaakt en knelpunten besproken.
“De VSV’s zijn de plek waar het operationele stuk wordt georganiseerd. Daar zitten alle ketenpartners bij elkaar en maak je echt de praktische afspraken.”
Leonoor van Eeden
Binnen deze structuren wordt gewerkt aan meer afstemming tussen instellingen en worden gezamenlijke werkwijzen verder ontwikkeld. Tegelijkertijd blijven verschillen in organisatie en perspectief bestaan, wat onderdeel is van het samenwerkingsproces. Wat hierin zichtbaar is, is dat professionals elkaar steeds beter weten te vinden en vraagstukken vaker gezamenlijk oppakken binnen de regio. Netwerk Acute Zorg Zuidwest ondersteunt hierbij waar nodig vanuit het Wensen en Grenzen Geboortezorgprogramma.
De uitwisseling van zorgprofessionals vindt momenteel vooral beperkt en lokaal plaats. Structurele regionale inzet is nog niet breed georganiseerd. Binnen ziekenhuizen worden wel initiatieven verkend rondom flexibele inzet, maar deze bevinden zich nog in ontwikkeling. In de eerste lijn blijft uitwisseling vooral georganiseerd via waarneming tussen praktijken.
Tegelijkertijd speelt functiedifferentiatie een belangrijke rol in de organisatie van werk. Door taken beter te verdelen ontstaat ruimte voor gerichter inzetten van expertise.
“Door functiedifferentiatie kun je gespecialiseerd personeel inzetten waar het echt nodig is.”
Leonoor van der Eerden
Binnen de kraamzorg zorgt dit voor meer variatie in werkzaamheden en bredere inzet van professionals.
“Die differentiatie maakt dat mensen meer vlieguren maken.”
Eveline van der Leeuw
Vooruitkijkend wordt duidelijk dat de grootste uitdaging ligt in de personele capaciteit binnen de geboortezorg. De verwachte uitstroom van zorgprofessionals, gecombineerd met een veranderende zorgvraag, vraagt om aanpassingsvermogen binnen de hele keten. Het gaat daarbij om de beschikbaarheid van professionals binnen de hele keten, van eerste lijn tot kraamzorg en ziekenhuizen.
“De grootste uitdaging voor de komende jaren zit echt in de personele capaciteit.”
Eveline van der Leeuw
Daarnaast speelt de bredere ontwikkeling van de zorgvraag een rol. Cliënten hebben steeds vaker andere verwachtingen en complexere zorgbehoeften, wat vraagt om verdere afstemming in organisatie en samenwerking.
Hoewel het aantal geboortes mogelijk landelijk afneemt, betekent dit niet automatisch dat de druk op personeel afneemt. De balans tussen vraag, aanbod en beschikbare capaciteit blijft daarmee een centraal aandachtspunt.
Binnen de regio wordt het belang van blijvende samenwerking nadrukkelijk onderstreept. De complexiteit van de geboortezorg vraagt om voortdurende afstemming en gezamenlijke inzet van alle betrokken partijen. Het Wensen en Grenzen Geboortezorgprogramma heeft hierin een verbindende rol.
Er wordt daarbij een duidelijke oproep gedaan om actief mee te denken en ruimte te blijven maken voor nieuwe inzichten en ideeën vanuit het werkveld.
“Denk alsjeblieft met ons mee. Soms komt er een frisse blik met een heel goed idee dat we zelf nog niet hadden gezien.”
Leonoor van Eerden
Daarnaast wordt het belang van gezamenlijke aandacht voor de druk op de zorg onderstreept. Niet alle partijen ervaren de druk op dezelfde manier, terwijl gezamenlijke aandacht essentieel is om vooruitgang te blijven boeken.
De ontwikkeling van het Wensen en Grenzen Geboortezorgprogramma laat zien hoe regionale samenwerking in de geboortezorg zich verder verdiept. Binnen VSV-structuren en multidisciplinaire overleggen worden, met ondersteuning vanuit het Wensen en Grenzen Geboortezorgprogramma, steeds meer gezamenlijke werkafspraken gemaakt, waarbij afstemming tussen eerste lijn, tweede lijn en kraamzorg centraal staat.
Tegelijkertijd blijft de praktijk dynamisch en moeilijk voorspelbaar. De timing van zorgvragen laat zich niet plannen, waardoor voortdurende afstemming binnen de keten noodzakelijk blijft.

Vooruitgang in de geboortezorg wordt niet alleen bepaald door systemen of dashboards, maar vooral door samenwerking, transparantie en het gezamenlijk zoeken naar oplossingen binnen de regio.