7 april 2026
Fietsen is diep verankerd in het Nederlandse verkeer en draagt bij aan gezondheid, bereikbaarheid en duurzaamheid. Tegelijkertijd neemt het aantal fietsongevallen toe, met frequent hoofd- en hersenletsel tot gevolg. Dit is een belangrijke oorzaak voor slechte gezondheidsuitkomsten en druk op de acute zorg.
Met de Landelijke Dag van de Fietshelm op 15 april in aantocht, groeit de aandacht voor het belang van helmgebruik onder fietsers. Deze dag vormt een belangrijke aanleiding om stil te staan bij preventieve maatregelen en de rol die gedragsverandering hierin speelt.
Het verplicht stellen van een fietshelm blijft onderwerp van debat. Wat is het werkelijke effect van helmgebruik op de ernst van letsels? En kan dit zorgen voor minder spoedeisende hulp en intensive care opnames?
In dit interview spreken we met Patrick Schober, MMT-(Mobiel Medisch Team) arts. Met zijn kennis van acute zorg en onderzoek naar letsel legt hij uit wat er in de praktijk gebeurt bij een fietsongeval, wat de meeste recente onderzoeken ons leren en wat dit betekent voor acute zorg en preventie.
Ik ben anesthesioloog bij Amsterdam UMC en werkzaam als MMT-arts op de traumahelikopter Lifeliner 1. In de praktijk ben ik dus veel op straat te vinden voor de prehospitale behandeling van zwaargewonde patiënten. Ook mijn onderzoek richt zich vooral op acute en prehospitale zorg, trauma, reanimatie en de stabilisatie van vitale functies, met als doel beter te begrijpen welke behandeling in de eerste minuten en uren na een ernstig incident echt verschil maakt. Hierbij is een van mijn zwaartepunten het onderzoek naar de prehospitale behandeling van patiënten met ernstig traumatisch hersenletsel; hiervoor hebben wij gedurende meerdere jaren systematisch in de grootschalige BRAIN-PROTECT-studie gegevens verzameld van patiënten met een verdenking op ernstig traumatisch hersenletsel die in Nederland door een van de vier traumahelikopters zijn behandeld.
Ja, die zie ik met regelmaat. In de acute zorg, en zeker ook in het MMT-werk, vormen fietsongevallen een belangrijk deel van de ernstige trauma’s. In de BRAIN-PROTECT-studie hebben wij gezien dat bijna 60% van de gevallen van ernstig traumatisch hersenletsel verkeersgerelateerd was. En binnen deze groep was weer bijna 40% fietsgerelateerd.
Die impact is enorm groot. In 2024 kwamen in Nederland naar schatting 74.300 fietsers na een verkeersongeval op de SEH terecht. Daarnaast laat de Landelijke Traumaregistratie (LTR) zien dat in datzelfde jaar bijna 10.000 fietsers acuut in het ziekenhuis zijn opgenomen. Fietsongevallen vormen veruit de grootste categorie onder de opgenomen verkeersgewonden, namelijk rond de 62%. Dat betekent dus een forse belasting van ambulancediensten, SEH, operatiekamers, IC en andere bij de zorg betrokken specialismen.
Wat mij misschien nog het meest verbaast, is dat in Nederland nog altijd zo weinig mensen een fietshelm dragen, terwijl fietsongevallen vaak voorkomen en regelmatig leiden tot ernstig hoofd- en hersenletsel en sterfte. Tegelijk laat de literatuur juist heel consistent zien dat fietshelmen veel ellende kunnen voorkomen. Die combinatie vind ik opvallend: we weten dat helmen beschermen, maar in de praktijk blijft het gebruik laag. Als ouder vind ik dat eerlijk gezegd moeilijk te begrijpen: je wilt je kinderen zo goed mogelijk beschermen. Mijn eigen kinderen moeten daarom altijd een helm dragen als ze fietsen. Juist bij kinderen, die de risico’s vaak nog minder goed kunnen inschatten en die die keuze niet altijd zelf bewust maken, vind ik een helmplicht op zijn minst het serieus overwegen waard.

Voor inzicht in de omvang van het probleem, de zorgbelasting en de trends in ernstig letsel is de LTR heel waardevol, omdat alle SEH’s in Nederland deelnemen en de registratie dus een landelijk dekkend beeld geeft. Voor het heel precies schatten van het effect van helmgebruik is het echter een belangrijk aandachtspunt dat helmgebruik goed en consequent wordt vastgelegd.
Wat er voor mij uitspringt is dat het aantal opnames ten gevolge van een fietsongeval in de afgelopen jaren fors is gestegen. En dat betekent uiteraard ook een behoorlijke toename van de werkbelasting op de SEH. Verder valt het op dat schedel- en hersenletsel bij opgenomen fietsers in 2024 bijna twee keer zo vaak voorkwam als bij opgenomen automobilisten en brommer-/scooterrijders en bijna drie keer zo vaak als bij motorrijders. Naast de bestaande literatuur onderstrepen ook deze getallen het potentiële nut van een fietshelm om ernstig hersenletsel te voorkomen.
Ja, die verschuivingen zijn duidelijk zichtbaar. De LTR laat zien dat niet alleen het aantal ziekenhuisopnames na een fietsongeval is toegenomen, maar vooral ook het aantal ernstig gewonde fietsers. In de afgelopen negen jaar steeg het aantal opnames na een fietsongeval met 15%, terwijl het aantal fietsongevallen dat leidt tot ernstig letsel met 65% toenam. Als je daarnaast kijkt naar data van VeiligheidNL, zie je dat het gebruik van de e-bike de afgelopen jaren is toegenomen, maar dat dit de stijging van het aantal SEH-bezoeken met aanzienlijk letsel slechts gedeeltelijk kan verklaren: terwijl het aantal elektrisch gefietste kilometers tussen 2019 en 2023 met 59% is toegenomen, steeg het aantal SEH-bezoeken met aanzienlijk letsel na een e-bike-ongeval in 2020-2024 met 92%. Oudere fietsers op e-bikes blijven op de SEH zwaar vertegenwoordigd. Voor hen is de combinatie van hogere snelheid en fysieke kwetsbaarheid gevaarlijk. Naast de ouderen zien we nu vooral een sterke stijging bij jongeren; bij 12- tot 17-jarigen steeg het aantal e-bike-ongevallen met aanzienlijk letsel, inclusief ongevallen met fatbikes, in vijf jaar tijd zelfs met 491%. Daarnaast hebben slachtoffers op een elektrische fiets, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht, vaker hersenletsel en vaker een ziekenhuisopname dan slachtoffers op een niet-elektrische fiets. Ook fatbike-ongevallen nemen duidelijk toe, al is daar nog sprake van onderregistratie.

Interessante links:
LNAZ Factsheet acuut opgenomen verkeersgewonden 2024
VeiligheidNL Ongevallen met (niet) elektrische fietsen
VeiligheidNL Fietsongevallen | VeiligheidNL
Een heel belangrijke rol. Goede data maken de realiteit onweerlegbaar en laten zien dat fietsongevallen geen theoretisch probleem zijn, maar een grote en groeiende belasting voor slachtoffers én voor de acute zorg. We kunnen campagnes direct sturen met het feit dat een fietshelm de kans op ernstig of zelfs dodelijk hoofdletsel met circa 60–70% reduceert. Dat zijn heldere argumenten voor het publiek. Bovendien maken ze het mogelijk om campagnes gerichter te maken, bijvoorbeeld richting ouderen, e-bikegebruikers en jongeren op elektrische fietsen, in plaats van alleen een algemene boodschap af te geven.
De absolute focus moet liggen op primaire preventie, dus het voorkomen van zwaar letsel door een fietsongeval. Hierbij speelt een fietshelm uiteraard een belangrijke rol, maar denk ook aan gerichte scholing over verkeersveiligheid, voorlichting over risico’s van drugs en alcohol bij het fietsen, en gedragsmaatregelen om defensief rijgedrag te stimuleren. Hoewel ik ervan overtuigd ben dat primaire preventie meerwaarde biedt voor elke fietser, ligt de grootste winst met betrekking tot de druk op de acute zorg waarschijnlijk bij groepen met een duidelijk stijgend risico: oudere fietsers, e-bikegebruikers en jongeren op elektrische fietsen of fatbikes.
Op individueel niveau blijft elk ongeval anders en een helm voorkomt niet elk ernstig letsel, zeker niet bij een hoogenergetisch ongeval. Maar op groepsniveau zien we duidelijke verschillen. In grote cohortstudies hadden fietsers met een helm minder vaak ernstig traumatisch hersenletsel, minder vaak neurochirurgische ingrepen en minder vaak ziekenhuisopname dan fietsers zonder helm. Dat past bij de klinische ervaring dat een helm het letseltraject soms kan “verschuiven” van ernstig intracranieel letsel met intensieve behandeling naar minder ernstig hoofdletsel, met veel minder gevolgen voor de patiënt.
Als MMT-arts ligt mijn grootste uitdaging letterlijk óp straat: de race tegen de klok om zogeheten ‘secundaire hersenschade’ te voorkomen. De eerste klap, de weefselschade door het ongeval zelf, is al uitgedeeld; daar kunnen we niets meer aan veranderen. Maar in de minuten daarna kan het brein in rap tempo meer schade oplopen, bijvoorbeeld door zuurstofgebrek of een dalende bloeddruk. Dat betekent voor mij en mijn collega’s in de prehospitale zorg: snelle beoordeling, optimale stabilisatie van luchtweg, ademhaling en circulatie, waar nodig aanvullende maatregelen om de hersenen te beschermen en goede triage naar het juiste traumacentrum. Vaak is het daarbij nodig om patiënten met ernstig hoofdletsel al ter plaatse in een kunstmatig coma te brengen en te intuberen om de ademhaling en zuurstoftoevoer naar de hersenen veilig te stellen. Op systeemniveau zit de uitdaging er vervolgens in dat deze patiënten snel de juiste hoogcomplexe zorg nodig hebben, wat veel druk legt op de hele acute zorgketen.
We kunnen vooral goed aanwijzen welke groepen een hoog basisrisico hebben op hoofd- en hersenletsel en dus waarschijnlijk ook het meeste absolute voordeel kunnen hebben van betere bescherming. Denk dan aan oudere fietsers en aan gebruikers van elektrische fietsen, terwijl bij jongeren op elektrische fietsen en fatbikes de letseltrend ook duidelijk stijgt. Maar heel precies voorspellen voor één individuele fietser hoeveel winst een helm zal geven, kunnen de huidige data nog niet. Tegelijk wil ik benadrukken: iedere fietser kan een ongeval overkomen, dus de helm is niet alleen voor een “hoogrisicogroep”, maar voor iedere fietser verstandig.
Die technologie kan zeker helpen, bijvoorbeeld bij automatische alarmering na een val of bij het beter in kaart brengen van gevaarlijke verkeerssituaties. Maar laten we vooral met de basis beginnen: de grootste gezondheidswinst is op korte termijn te behalen als veel meer mensen gewoon een fietshelm dragen. Innovatie is interessant, maar het zou zonde zijn als we daardoor afgeleid raken van een maatregel waarvan we al weten dat die veel hoofd- en hersenletsel kan voorkomen.
Draag een goed passende fietshelm. Dat is, naast het vermijden van risicovol rijgedrag, waarschijnlijk de eenvoudigste maatregel waarmee een fietser zelf direct het risico op ernstig hoofdletsel kan verkleinen. En bescherm vooral ook uw kinderen: zij kunnen verkeersrisico’s vaak nog minder goed inschatten en zien zelf ook niet altijd het nut van een helm, dus als ouder hebt u de verantwoordelijkheid om hen zo goed mogelijk te beschermen.