Logo Netwerk Acute Zorg Zuidwest

Interview – In gesprek met dr. Dorien Geurts, kinderarts in het Erasmus MC Sophia en voorzitter van de Expertisegroep Acute Kindergeneeskunde 

26 mei 2026

Samenwerken aan wendbare acute kindzorg 

De acute kindzorg in Zuidwest-Nederland is volop in ontwikkeling. Waar samenwerking voorheen vooral piekgericht was, zet de Expertisegroep Acute Kindergeneeskunde nu stappen naar een meer structurele en toekomstbestendige aanpak. 

Tegelijkertijd zorgen nieuwe ontwikkelingen, zoals de introductie van het RS-vaccin en het gebruik van data via het LPZ, voor merkbare veranderingen in de druk op de zorg en de manier waarop capaciteit wordt georganiseerd. De focus verschuift daarbij steeds meer naar de voorkant van de keten: het voorkomen van ziekenhuisopnames waar dat kan. 

Deze verschuiving krijgt in de praktijk op verschillende manieren vorm. Het principe ‘de juiste zorg op de juiste plek’ staat hierbij centraal, waarbij in de tweede lijns algemene ziekenhuizen de nadruk ligt op het ondersteunen van huisartsen en het voorkomen van onnodige instroom. In de derde lijn wordt waar mogelijk voorkomen dat tweedelijnspatiënten onnodig in een derdelijns setting terechtkomen. 

In dit interview deelt Dorien Geurts haar ervaringen vanuit de praktijk. We gaan in op de resultaten en samenwerkingen van het afgelopen jaar, de impact op de zorg voor kinderen en de belangrijkste opgaven voor de toekomst. 

Een stevige basis voor regionale samenwerking 

De Expertisegroep Acute Kindergeneeskunde speelt een centrale rol in het organiseren van acute zorg voor kinderen in Zuidwest-Nederland. Door intensieve samenwerking tussen kinderartsen, managers en ambulancezorg is een netwerk ontstaan dat snel kan schakelen en effectief inspeelt op veranderingen in de zorgvraag voor acuut zieke kinderen. 

“Wij staan samen voor de opdracht om de acute zorg voor kinderen goed in te richten en capaciteit te verdelen waar dat nodig is,” licht Dorien Geurts toe. “Daardoor zijn we als regio voldoende weerbaar om pieken op te vangen.”

Van crisisoverleg naar structurele samenwerking 

Waar de groep voorheen vooral tijdens drukke winterperiodes bijeenkwam, is inmiddels een structurele overlegvorm ingericht. Deze ontwikkeling markeert een belangrijke professionaliseringsslag. 

In het verleden waren frequente overleggen nodig om de capaciteit tijdens bijvoorbeeld RS-pieken te coördineren. Inmiddels is dat anders. “Waar we vroeger wekelijks op piekmomenten capaciteitsvraagstukken bespraken, lossen we dit nu op via korte lijnen en met inzicht in capaciteit. Extra regionaal overleg is vaak niet meer nodig.” 

Deze verschuiving geeft ruimte om vooruit te kijken en de samenwerking verder te versterken, in plaats van alleen te reageren op drukte. 

Heidag versterkt samenwerking en verdieping 

Naast de structurele overleggen organiseert de expertisegroep jaarlijks een heidag. Tijdens deze bijeenkomst staat verdieping en gezamenlijke reflectie centraal. Op de heidag bespreken we actuele thema’s in de acute zorg, zoals de rol van de GGZ in de keten op het moment van acuut kinderpsychiatrische problematiek. Ook zoeken we de praktijk op, bijvoorbeeld door werkbezoeken. 

“Die heidag is heel waardevol. Je gaat echt de diepte in op actuele thema’s en leert van elkaars praktijk.” 

Minder druk door het RS-vaccin 

Een belangrijke ontwikkeling in 2025 was de introductie van het RS-vaccin. Dit leidde tot een duidelijke afname van de piekbelasting, met name in de tweede lijn en op de intensive care.  Voor de derde lijn bleef de zorg voor complexe patiënten met virale infecties bestaan, maar de druk eromheen nam af. Dit had merkbare effecten in de praktijk:

LPZ en opschalingsplan als fundament 

De kracht van de samenwerking wordt ondersteund door concrete instrumenten. Het Landelijk Platform Zorgcoördinatie (LPZ) en het regionale opschalingsplan vormen hierin de basis. 

“Het grote voordeel van de landelijke uitrol van het LPZ is dat je ook capaciteit buiten je eigen acute zorgregio kunt zien en benutten.” 

De regio Zuidwest-Nederland heeft het LPZ voor de kindergeneeskunde al in 2023 in gebruik genomen en leverde een actieve bijdrage aan de landelijke uitrol in 2025-2026. Dit maakt het mogelijk om niet alleen regionaal, maar ook daarbuiten capaciteit inzichtelijk te maken en te benutten.  

“Het LPZ is voor ons echt een van de belangrijkste pijlers. Het helpt ons om snel en onderbouwd beslissingen te nemen. Waar we vroeger wekelijks overlegden over capaciteit, kunnen we dat nu via het LPZ, de Doctolib appgroep en korte lijnen oplossen. Zonder extra vergaderingen.” 

Het opschalingsplan biedt daarnaast houvast bij toenemende druk. “Je kunt het op elk moment gebruiken. Iedereen kent de stappen en dat geeft rust, ook als je het plan niet actief hoeft te gebruiken.”

Vertrouwen als sleutel tot succes 

Naast systemen en afspraken vormt vertrouwen de kern van de samenwerking. De deelnemers kennen elkaar goed en begrijpen elkaars context en belangen. Dat vertrouwen maakt ook snelle actie en effectieve samenwerking mogelijk bij onverwachte situaties.  “Als een ziekenhuis uitvalt, bijvoorbeeld door een storing in het EPD (Elektronisch Patiënten Dossier), wordt dat direct gedeeld en nemen andere ziekenhuizen de zorg over.” 

“Als iemand aangeeft geen capaciteit te hebben, gaan we niet in discussie. We kijken direct: wat is er nodig?”

Verschuiving naar de voorkant van de zorg

Nu de ziekenhuiszorg beter georganiseerd is, verschuift de focus naar het voorkomen van onnodige instroom. De aandacht richt zich steeds meer op de samenwerking met de eerste lijn en de pre-hospitale fase. 

“De volgende stap ligt echt aan de voorkant: hoe zorgen we dat kinderen alleen naar het ziekenhuis komen als dat nodig is?” 

We werken aan nieuwe vormen van samenwerking met de ambulancedienst en huisartsen.  Momenteel wordt verkend of ambulancepersoneel via een live verbinding met een kinderarts kan overleggen wanneer de ambulance twijfelt over het insturen van een ziek kind. 

Concrete initiatieven:

  • meekijkconsulten met huisartsen
  • live verbinding naar een kinderarts bij twijfel over insturen ziek kind

Stagiaire Nienke Tenthof van Noorden vanuit het Netwerk Acute Zorg Zuidwest verkent deze mogelijke digitale oplossingen. “Zij onderzoekt hoe de regio hiernaar kijkt en wat daarvoor nodig zal zijn. Dat helpt om dit soort ontwikkelingen verder te brengen.” 

Uitdagingen in een veranderend zorglandschap

De komende jaren liggen er meerdere uitdagingen. De belangrijkste is de groei van het aantal kinderen met complexe aandoeningen. 

“Die groep wordt groter en vraagt andere zorg. Dat brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee.” 

 Daarnaast spelen personele krapte en financieringsvraagstukken een belangrijke rol. “De financiering sluit niet altijd goed aan, waardoor het soms lastig is om zorg over te dragen tussen ziekenhuizen.” 

Ook de druk op de GGZ-keten heeft impact.  “We zien dat wachttijden in de GGZ, ook voor de jeugd, kunnen leiden tot extra druk op de somatische zorg.”  

Daarnaast blijft de samenwerking met de eerste lijn een aandachtspunt. “Daar ligt voor ons de grootste uitdaging, omdat die minder georganiseerd is dan de ziekenhuiszorg.” 

Borgen van samenwerking als randvoorwaarde 

Een belangrijk aandachtspunt is het borgen van de samenwerking voor de toekomst. De huidige kracht zit sterk in langdurige samenwerking en onderlinge relaties. Tegelijkertijd maakt dat de samenwerking ook kwetsbaar. 

“Ik denk dat het belangrijk is om te borgen dat deze samenwerking blijft, ook als mensen wisselen. Het vertrouwen en de structuur moeten overeind blijven.”

Rol van het netwerkbureau: spin in het web 

De samenwerking wordt ondersteund door het Netwerk Acute Zorg Zuidwest. 

“Ik denk dat het netwerkbureau essentieel is. Daar zit het overzicht, ook over andere sectoren. Voor mij is het bureau de spin in het web en zijn wij daar een onderdeel van.” 

Hierdoor worden verbindingen gelegd tussen verschillende ketens en thema’s, die verder gaan dan alleen de acute kindzorg.

Blik vooruit: samen blijven ontwikkelen en verder werken aan toekomstbestendige acute kindzorg 

De rol van de expertisegroep blijft zich ontwikkelen, maar de kern blijft hetzelfde: samenwerking, capaciteitsverdeling en gezamenlijke verantwoordelijkheid. 

“Ik denk dat de basis blijft: hoe organiseren we samen de capaciteit en hoe spelen we in op nieuwe ontwikkelingen.” 

Wat volgens Dorien het verschil blijft maken? De combinatie van vertrouwen, korte lijnen en gezamenlijke inzet. “Dat maakt dat we snel kunnen handelen en elkaar echt versterken.” 

Wat volgens Dorien het verschil blijft maken? De combinatie van vertrouwen, korte lijnen en gezamenlijke inzet. “Dat maakt dat we snel kunnen handelen en elkaar echt versterken.”